We Believe JesusFé, Esperança e Nova Vida

Psalmen 129

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939 · holandês

← Psalmen 128 Psalmen Psalmen 130 →

1Een bedevaartslied. Van jongs af heeft men wreed mij mishandeld, Mag Israël wel zeggen;

2Mij hardvochtig gekweld sinds mijn jeugd, Maar nooit mij gebroken.

3Ploegers hebben mijn rug beploegd, En lange voren getrokken;

4Maar Jahweh bleef trouw: De riemen der bozen sneed Hij stuk.

5Beschaamd moeten vluchten Alle haters van Sion.

6Ze zullen worden als gras op de daken, Dat vóór het opschiet, verdort;

7Waarmee geen maaier zijn hand kan vullen, Geen hooier zijn arm.

8En niemand zal in het voorbijgaan zeggen: “De zegen van Jahweh over u; Wij zegenen u in Jahweh’s Naam!”

← Psalmen 128 Psalmen Psalmen 130 →

Psalmen 129 — holandês:

खेरलो वचनDutSVV: Dutch Statenvertaling BijbelDutSVVA: De ganse Heilige Schrift bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament, met de apocriefe (deuterocanonieke) boekenNlCanisius1939: Petrus Canisius TranslationvlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge