We Believe JesusFé, Esperança e Nova Vida

Psalms 12

DutSVVA: De ganse Heilige Schrift bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament, met de apocriefe (deuterocanonieke) boeken · holandês

← Psalms 11 Psalms Psalms 13 →

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Scheminith. [012:2] Behoud, o Heere; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.

2[012:3] Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.

3[012:4] De Heere snijde af alle vleiende lippen, de grootsprekende tong;

4[012:5] Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

5[012:6] Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de Heere; Ik zal in behoudenis zetten, dien hij aanblaast.

6[012:7] De redenen des Heeren zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.

7[012:8] Gij, Heere, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid.

8[012:9] De goddelozen draven rondom, wanneer de snoodsten van des mensenkinderen verhoogd worden.

← Psalms 11 Psalms Psalms 13 →

Psalms 12 — holandês:

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939खेरलो वचनDutSVV: Dutch Statenvertaling BijbelNlCanisius1939: Petrus Canisius TranslationvlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge