We Believe JesusFé, Esperança e Nova Vida

Psalms 75

DutSVV: Dutch Statenvertaling Bijbel · holandês

← Psalms 74 Psalms Psalms 76 →

1Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.

2Wij loven U, o God; wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.

3Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik gans recht richten.

4Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela.

5Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet.

6Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.

7Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn;

8Maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.

9Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken.

10En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal den God Jakobs psalmzingen. En ik zal alle hoornen der goddelozen afhouwen; de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.

← Psalms 74 Psalms Psalms 76 →

Psalms 75 — holandês:

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939खेरलो वचनDutSVVA: De ganse Heilige Schrift bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament, met de apocriefe (deuterocanonieke) boekenNlCanisius1939: Petrus Canisius TranslationvlsJoNT: Het Nieuwe Testament by Nicolaas De Jonge